Oppervlakte spanning

Elk materiaal (ondergrond en vloeistof) heeft een eigen oppervlakte spanning
Meer dan 20 jaar bewezen kwaliteit
Innovatief
Servicegericht
Gedreven

Oppervlakte spanning

Elk materiaal (ondergrond en vloeistof) heeft een eigen oppervlakte spanning. Het verschil in oppervlakte spanning tussen een materiaal en een vloeistof bepaalt hoe de vloeistof zich gedraagt op het materiaal. Hieronder is een duidelijk voorbeeld:

In deze afbeelding is de oppervlakte spanning van elke vloeistof te zien in de eenheid mN/m. In de afbeelding is duidelijk te zien dat hoe lager de oppervlakte spanning van de vloeistof, hoe meer deze zich zal uitspreiden over de ondergrond. Dit heet ook wel ‘benatting’. In de regel zal een vloeistof uitspreiden/benatten als de oppervlakte spanning van het materiaal hoger is dan die van de vloeistof. Een vloeistof zal afparelen als de oppervlakte spanning van het materiaal lager is dan de vloeistof.
Hoe lager de oppervlakte spanning van het materiaal hoe beter het afparel effect. Om olie-, vet- en graffiti afstotend te worden, moet de oppervlakte spanning dus extreem laag zijn!
Het verlagen van de oppervlakte spanning wordt veroorzaakt door de chemie van het impregneermiddel. Twee van de meest voorkomende impregneermiddeltypes zijn siliconen houdend en fluorhoudend. Hieronder zie je wat de verschillen zijn in oppervlakte spanning:
Siliconen = 24-30 mN/m
Fluor = 10 – 20 mN/m

Als je dit vergelijkt met onderstaand figuur is logisch te verklaren waarom een siliconen houdende impregneer alleen waterafstotend is en waarom een fluorhoudende impregneer water- én olie afstoot!

[gtranslate]